Imkers, bewoners, vrijwilligers en de gemeente Aalsmeer werken sinds aprilsamen om de opmars van de Aziatische hoornaar tegen te gaan. Met nieuwe vallen proberen zij de invasieve exoot vroeg in het seizoen te vangen, voordat er grote nesten ontstaan.
"Dit is hem dan, waar we mee vangen", zegt vrijwilliger Jos Valentin terwijl hij een groenbruine val laat zien. "In het midden zit een opening naar beneden. Die zoeken ze op en daarna kunnen ze kiezen voor een van de lichte kamers. Op het moment dat ze daarin zitten, kunnen ze niet meer terug".
Sinds de start van de actie zijn in Aalsmeer vijftien beginnende nesten opgespoord. Ook zijn er inmiddels vijftig Aziatische hoornaars gevangen. De hoop is dat door vroeg in te grijpen, later in het seizoen minder grote nesten ontstaan.
Steun van bewoners
De aanpak wordt gesteund door verschillende inwoners en ondernemers. Ilex-kweker Karlo Buijs merkt dat de situatie op dit moment beheersbaar is. “Het gaat nu prima, dus we mogen niet klagen”, zegt hij.
Ook bewoner Gerrit van Driel is blij dat de gemeente en vrijwilligers actie ondernemen. "Ik vind het eigenlijk wel netjes dat het uitgezocht wordt, want ze kunnen veel schade toebrengen aan inheemse insecten."
Twee soorten vallen
De imkers in Aalsmeer gebruiken twee soorten vallen. Eén daarvan is de grotere Velutina Trap: een groenbruine val uit Oostenrijk, herkenbaar aan de transparante opvangkamers aan de zijkanten. Daarnaast werken zij met een kleinere, doorzichtige val met een rode deksel van Good4Bees, een bedrijf dat in Zwitserland is gevestigd.
NH heeft geprobeerd contact te krijgen met de maker van de grotere val, maar dat is niet gelukt. Wel sprak NH met Julien Gallina, de ontwikkelaar van de kleinere val. Volgens Gallina is bij het ontwerp vooral gelet op selectiviteit: de val moet Aziatische hoornaars vangen, maar zo min mogelijk andere insecten.
De val verspreidt lokstof via katoenen lonten. Ook kunnen de ingangen worden verkleind, waardoor grotere insecten, zoals de Europese hoornaar, minder makkelijk naar binnen kunnen.
Kritiek op vallen
Toch is niet iedereen overtuigd van de aanpak. Entomoloog en bioloog Jan Wieringa, verbonden aan Naturalis in Leiden, waarschuwt dat vallen tegen Aziatische hoornaars ook ongewenste effecten kunnen hebben. Volgens hem is de kans groot dat er behalve Aziatische hoornaars ook andere insecten in terechtkomen.
"Ik denk dat in veel gevallen minder dan één procent van wat je vangt daadwerkelijk Aziatische hoornaar is", zegt Wieringa. "Er is ook vaak verwarring over de naam. Eigenlijk zijn alle hoornaars Aziatisch van oorsprong, maar hier gaat het om de Aziatische hoornaar, die we vanwege de gele poten liever de geelpoothoornaar noemen. Die wordt soms verward met de Aziatische reuzenhoornaar."
Dweilen met de kraan open
Volgens Wieringa is de soort inmiddels aanwezig en zal die niet meer verdwijnen. "Hij is er nu. Daar is eigenlijk niets meer aan te doen. Je kunt wel proberen lokaal iets te beperken, zoals in gebieden als Aalsmeer, maar het blijft dweilen met de kraan open."
Dat betekent volgens hem niet dat imkers geen probleem hebben. De Aziatische hoornaar kan bijenkasten onder druk zetten. "Ze vangen honingbijen, maar het grootste probleem is dat ze vóór de kast blijven hangen. Daardoor durven bijen minder goed uit te vliegen. Dan komt er minder nectar binnen."
'Bijvangst is problematisch'
Volgens Wieringa zijn er ook andere maatregelen mogelijk, zoals het aanpassen van de locatie van bijenkasten, zoals in de schaduw. Een andere optie is het beschermen van de kastopening.
Hij vindt vooral bijvangst een belangrijk aandachtspunt. "Die bijvangsten vinden wij problematisch. Als je vallen gebruikt, doe dat dan alleen in het voorjaar en op de juiste manier. Koninginnevallen kunnen helpen, maar honderd procent selectief wordt het nooit. Uiteindelijk ben ik bang dat veel vallen niet effectief genoeg zijn."
‘Alertheid van bewoners is belangrijk’
De imkers erkennen dat selectiviteit belangrijk is, maar noemen de eerste resultaten in Aalsmeer ook bemoedigend. Volgens imker Erik van der Meer draait het niet alleen om de vallen, maar vooral om de betrokkenheid van inwoners.
"Het belangrijkste is de alertheid van de buurtbewoners", zegt hij. "Die helpen mee om uiteindelijk de nesten te vinden. En hoe minder grote nesten er zijn, hoe groter de kans dat de bijen de winter gaan overleven."